Gisteren-vandaag-morgen

Omkijken

Written By: Margo - apr• 18•13

20130418-173034.jpgIn september 1964, aan het eind van de middag, werden mijn vader, broertje, zus en ik door vrienden van mijn ouders naar het treinstation gebracht, om vandaar naar Mozambique te treinen en op het vliegtuig naar Nederland terug te stappen. ‘Kijk nog maar eens om’, zei tante Ina (alle volwassen vrouwen noemden wij kinderen tante), ‘dit zul je nooit meer zien’. Ik keek gehoorzaam achterom door het kleine auto-achterruitje naar het Sasolburg dat wij verlieten, en dacht: ‘Wat moet ik zien? Ik zie niets bijzonders!’. Als je dertien bent, ik wás toen dertien, leef je met de dag en hooguit de volgende dag. Omkijken doe je nog niet.

Tegen de tijd dat je over de helft van je te verwachten leven heen komt, bij mij kwam dat gevoel rond mijn vijftigste, komt er een omslag. Er komt nog een heel stuk leven maar er ligt ook al een heel stuk achter me en alles lijkt zich in een hogere versnelling te voltrekken. Er komt steeds meer om naar om te kijken en de rust die in je leven komt, maakt dat je dat ook steeds vaker doet.

De laatste dagen zit ik weer veel te wroeten in het verleden. Eens in de zoveel tijd doe ik dat, ik zoek op het internet naar ontbrekende gegevens en personen in onze stamboom. Ouders en grootouders van mijn ouders en grootouders en nog verder terug. Wie was getrouwd met wie, hoeveel kinderen kregen ze. Veel kinderen stierven jong, er zijn scheidingen, vrouwen werden weduwe met een huisvol kinderen. Het blijven vage schimmen, meer dan namen en data heb ik niet. Af en toe een beroep. Maar wie waren het? Hoe waren deze mensen? Het is jammer dat je daar nooit meer achter komt. De oudste in mijn familie die ik persoonlijk heb gekend was mijn overgrootmoeder, zij werd geboren in 1866. Ik herinner me zo goed als niets van haar, maar ik heb foto’s waar ze opstaat. Verder terug kijkend vervagen de figuren steeds meer.

Wat zou het leuk zijn een sprongetje in de tijd terug te kunnen maken, en mijn over-overgrootouders te ontmoeten. Tussen hen in te leven, kijken, luisteren, hoe ze zich kleden, waarover ze spreken, wat ze doen. Het zou een verbazingwekkende ervaring zijn!

Majesteit

Written By: Margo - apr• 13•13

20130413-140549.jpgStraks mag hij, moet hij. Willem-Alexander. Ik denk niet dat hij er veel trek in heeft. Je ziet het aan hem. Hij is verkrampt, leert zijn woorden en handelen uit zijn hoofd. De knikjes, de lachtjes, de handen. Misschien dat Máxima hem een beetje steunt want zij vindt die poppenkast wel grappig.
De moeder van Lex, had er duidelijk wel zin in, in 1980. Ze kon niet wachten, het ambt was voor haar weggelegd. Het was duidelijk dat ze vond dat haar moeder het niet serieus genoeg nam en dan zou zij wel even veranderen. Protocol was protocol, zij was de majesteit en daar viel niet aan te tornen. Al vanaf haar prille jeugd zag zij zich als koningin. Als eerstejaars studente moesten haar medestudenten haar aanspreken met u en majesteit. Ja, dan ben je een geboren koningin.

Ik heb te doen met Alex. Hij is geen koning en zal het nooit worden ook. De eerste jaren en misschien wel zolang zijn moeder leeft, zal Bea in zijn nek hijgen. Het is te hopen dat die poppenkast eindelijk eens wordt afgeschaft. Het past niet meer in deze tijd, en Amalia moet zelf mogen bepalen wat ze wil worden later, als ze groot is. En zij heeft het recht op vrijheid, net als iedere andere burger, en op privacy en een mening.

Boobytrap

Written By: Margo - apr• 10•13

Sinds een week of twee hebben wij naast twee katten ook een muis. De katten lopen vrij rond, binnen en buiten, en de muis verstopt zich ergens. Vermoedelijk onder de keukenkastjes. Geheel vrijwillig is zijn onderdak niet, want hij is door een van de katten naar binnen gebracht. Nu hij eenmaal binnen is, is hij voor de katten niet meer interessant. Wij mensen, mogen het nu zelf oplossen. Want wij hebben liever geen muis in huis.

‘s Nachts, als het stil in huis is en de katten buiten op zijn broertjes en zusjes jagen, gaat hij op zoek naar eten. In het begin at de muis de zaadjes uit de kweekpotjes met kruiden- en bloemzaden in de vensterbank, die ik alvast in huis wilde opkweken, om, ingeval het ooit weer lente wordt, in de tuin te planten. De muis ging dan wild tekeer in de potjes, overal vonden we potgrond in de vensterbank en op het aanrecht. En de zaden waren of weg of lagen her en der verspreid.
En dus zetten wij wat vogelzaden voor ‘m neer, in een muizenvalletje. Een muisvriendelijk valletje uiteraard, zodat hij weer buiten herenigd kan worden met zijn familie.

Uit het feit dat hij al een week of twee bij ons verblijft kunt u al aflezen dat onze pogingen de muis te vangen niet erg succesvol zijn. Zeg maar: niet.

We legden zaadjes in de muizenval. We legden er pindakaas met zaadjes in. We legden er pindakaas met zaadjes en wat potgrond (dat was hij immers zo gewend) in. Hij bleek uiteindelijk tot helemaal achterin het valletje te zijn gekomen, te zien aan de ontbrekende zaadjes. Maar hij raakte het palletje niet aan. Een slimme muis dus.

20130410-193305.jpg

Vervolgens bedacht J. een plan. Kijkt u eens op de foto bij de pijl. Daar ziet u een draadje lopen. Dat is geen draadje, maar een haar uit mijn hoofd. J. heeft hier een soort boobytrap gemaakt. De muis hoeft nu niet persé het palletje aan te raken, maar het is genoeg als hij de draad (haar) aanraakt, die duwt vervolgens het palletje om, de veer schiet los en de val sluit zich met een klap achter de muis. Die kan nu alleen wachten tot wij ‘s ochtends beneden komen en hem de vrijheid teruggeven.

De volgende dag was alles nog intact. De veer was nog strakgespannen, de zaadjes waren weg en de grond was verspreid. Een hele slimme muis! Ik overweeg hem, àls we hem ooit vangen, kunstjes te gaan leren. Fietsen op een piepklein fietsje met een fleurig parapluutje in zijn muizenhandje. Zoiets.

De muizenval staat weer gereed. Morgenochtend zullen we het zien: een muis in de val, of geen muis in de val. That is the question!

Wordt vervolgd……

Update donderdagochtend 11 april:

(meer…)

Schooltijd

Written By: Margo - apr• 03•13

De basisschool doorliep ik moeiteloos. Hij bestond uit 7 klassen, twee onderbouw waar je op je zesde in sub A kwam, en daarna 5 bovenbouw klassen van standaard 1 tot en met 5. Op de middelbare school ging het dan verder met standaard 6. Er werd verwacht dat je je best deed, er heerste een prestatie cultuur. Ik hoefde niet zo erg mijn best te doen, het ging vanzelf. Mijn cijfers waren bovengemiddeld. Ik was 13 toen ik voortijdig, in september, van school ging, in de standaard 5. Het schooljaar liep conform een kalenderjaar. Ik moest van school, want mijn ouders remigreerden naar Nederland.

In Nederland, in het meest ongezellige stukje van de wereld, Delfzijl, werd ik op de Mulo gezet. HBS was een betere keuze geweest, maar aangezien ik nooit eerder Nederlandse taal, geschiedenis en aardrijkskunde had gehad leek het mijn ouders beter niet te hoog in te stappen. Hadden ze dat toch maar wel gedaan, want ik bleef evengoed het eerste jaar zitten en voelde me op die school niet gelukkig. Het was een star en schools systeem toentertijd en enige eigen inbreng en creativiteit werden niet alleen niet gestimuleerd maar ongewenst geacht. Er waren dertien lesvakken en die had je gedurende de vier jaar. Op een bepaald moment kon je kiezen tussen A en B en met of zonder wiskunde geloof ik. Maar het maakte nauwelijks uit. Je leerde van veel vakken maar een beetje. Het was bij veel vakken de bedoeling dat je alles uit je hoofd leerde. Of je het dan ook begreep en of je inzicht kreeg in het geheel was niet van belang, zo heb ik het althans ervaren.

De lerarengroep op die school bestond uit hoofdzakelijk mannen en waren of rond de dertig, veertig of stokoud en seniel en bijna met pensioen. Er was er een bij, die Frans en geschiedenis gaf, maar vooral voor de klas zittend de krant las. De Telegraaf. Tussendoor liep hij langs de meisjes om in hun bloesjes te kijken. Dat was meneer M. Wij noemden de leraren niet bij de voornaam. Van M. moesten we Franse woordjes leren, uit ons hoofd. En tijdens de schriftelijke overhoring kon je je woordenboekje op je schoot leggen en zo overschrijven. Achter zijn krant zag hij dat toch niet. Dat durfde ik niet, maar gespiekt heb ik ongetwijfeld, want Frans was bepaald niet mijn sterkste vak. Uiteindelijk stond ik een 4, maar tot mijn eigen verbazing maar nog veel meer van M., haalde ik op het eindexamen een 6.

Omdat ik in Zuid Afrika al vanaf klas 1 Engels leerde en het in mijn omgeving ook veel hoorde liep ik vele klassen voor op de klas waar voor het eerst Engels werd gegeven. Desondanks moest ik toch aan de lessen deelnemen. Natuurlijk verveelde ik me er te pletter. Die tijd had mooi besteed kunnen worden aan bijles in mijn zwakke vakken. Maar aan die creativiteit ontbrak het. Dat was jammer, want als dat wel gebeurd was had ik niet hoeven blijven zitten in de eerste.

Het zittenblijven was een kleine ramp voor me. Niet alleen omdat ik net een klein beetje begon te wennen, en nu weer aan een nieuwe klas moest wennen, maar vooral omdat ik me diep schaamde. Mijn toch al wankele zelfvertrouwen had een diepe deuk gekregen. Lichtpuntje was dat mijn beste vriendin ook bleef zitten. En dat ik de tweede eerste eindigde met veel negens.

Het lerarengroepje op die bewuste school was een aanfluiting. Zoals ik al vermeldde, een aantal leraren liep tegen het pensioen aan, aan hun gedrag en uiterlijk echter zou men afleiden dat ze op sterven na dood waren. M. was aan de drank en nam zijn werk niet serieus. B., leraar wiskunde zat steeds met de meisjes voorin de klas te flirten en nam zijn werk ook niet serieus. B. die enige tijd les gaf in geschiedenis en aardrijkskunde, maar ook in muziek, was knettergek. Hij zette graag de minder leerlingen te kakken voor de klas. Verder mochten ze achterin plaatsnemen. Vragen stellen werd niet gewaardeerd, je stelde altijd een hele stomme vraag. Hij zat veel met een stel jongens voorin de klas te smoezen, later bleek hij homo (wat dat was daar hadden wij toen nog geen idee van). Ons eindexamenuitje, een weekje naar Ameland, verziekte hij compleet. Het was de tijd dat je je beklag nog niet deed. Wel schreef ik er een stukje over in de schoolkrant, zonder man en paard te benoemen. P, leraar economie en handelsrekenen en stokoud, kon geen orde houden. Hij werd al zenuwachtig als we wat luider praatten. Ik herinner me diverse keren door hem op de gang te zijn gezet, wat ik had uitgespookt weet ik niet (waarschijnlijk was ik brutaal, wat je toen, bij dit soort fossielen erg snel was). Hij zette me dan klem tegen de muur en ging op buikafstand tegenover me staan. Wat had ik daar een hekel aan! Ik kon die man wel wegslaan! De leraar Engels werd ook hysterisch van me. Ook daar stond ik veel op de gang. Dat ik me rot verveelde kwam niet in hem op. Meneer de Boer gaf Duits, wat ik een rotvak vond, en was een top leraar. Hij was tevens het hoofd van de school. Hij was al ouder, correct, beschaafd, had humor en kon goed les geven. We hadden groot respect voor hem.

Al met al zat ik dus vijf hele jaren op die ellendige school. Ik had er zoooooo genoeg van. Ik had het gevoel dat het leven zich buiten mijn gezichtsveld voltrok. Dat ik volwassen werd en niets van de wereld leerde kennen. Gebeurde er iets in de wereld waar de kranten vol van stonden en thuis over werd gesproken, op school ging men gewoon door met de lessen. Toen, in aug. 1968 de Russen Tsjechoslowakije binnenvielen en een eind maakten aan de Praagse lente hadden wij de dag erna geschiedenis. Er werd over de actualiteit niet gerept. Ook op ons verzoek niet. Inspringen op wat er gebeurde en gebruik maken van de interesse die daardoor ontstond bij ons leerlingen, gebeurde niet. Een gemiste kans, vond ik toen en nu.

Het eindexamen kwam en alle vakken deden we op één dag, misschien twee dagen. Mondeling en schriftelijk. Aan het eind van de dag kreeg ik te horen dat ik geslaagd was. Ik kan me niet herinneren dat de wereld ooit mooier, zonniger, lichter was dan die dag. Immense opluchting. Er was een eind gekomen aan vijf zwarte jaren. Ik besloot verder te gaan met de HAVO, die toen net bestond. Het regime was daar lichter, leerde je niet dan moest je het zelf maar weten. Spijbelen deed je op eigen risico. Het was een goede school en een verademing na de Mulo, maar ik had er genoeg van. Ik spijbelde en leerde niet. Nog voor het eind van het schooljaar was ik de wijde wereld ingetrokken.

Merkloos

Written By: Margo - mrt• 28•13

Wij hadden het vroeger maar makkelijk als kind. We hoefden niet tegen elkaar op te bieden. Merkkleding bestond bijvoorbeeld nog niet. Eens in de zoveel tijd ging je met je moeder kleren kopen als je eruit gegroeid was. Je had één paar schoenen en wat slippers. Omdat moeders toen nog ‘gewoon’ thuis waren voor de opvang van de kinderen en het huishouden, hadden ze tijd zelf kleren te naaien en te breien voor de kinderen. Als we jarig waren trakteerden we een lolly in de klas. Tegenwoordig zijn de ouders een halve dag van hun kostbare tijd bezig, met instructies van internet, fabelachtige kunstwerkjes van traktaties in elkaar te flansen. En de klas roept dan ooooh en aaaah op en de jarige stijgt even een stukje in de achting van de rest van de klas. Niet voor lang natuurlijk, want het is hap-slik-weg net zo snel op als een doodordinaire lolly. Wat kleding betreft, ik droeg op de basisschool nog een schooluniform. Zo was er gelijkheid.

De ouders hadden hun eigen leven en de kinderen waren niet het hoofddoel van hun bestaan. Dit is nu wel even anders, als zou je aan verdeling van de tijdsbesteding anders denken. Het gaat om status, na huis, auto, boot, of ander statussymbool is dat nu het kind. Het mag het kind materieel aan niets ontbreken. Dus merkkleding, dus duur speelgoed, en de eigen kamer vol elektronische apparatuur. De vraag is of de kinderen òf de ouders er gelukkiger van worden.

Er zijn kinderen die er zelfs midden in de zomer inwit uitzien omdat ze de hele dag zitten te gamen op hun kamer. Worden ze daar beter van? Dan was mijn generatie beter af. We hadden bomen. Velden. Tuinen, zwembaden, rivieren, bossen. Onze avonturen speelden zich in de werkelijkheid in de vrije natuur af in plaats van binnen op een spastisch schermpje.

Ik vraag mij af wat wij van de huidige generatie verwende krengetjes in de toekomst kunnen verwachten. De kinderen die denken dat de wereld om hun draait, dat ze overal recht op hebben en ‘respect’ kunnen eisen. De kinderen die van hun ouders steeds horen dat ze geweldig zijn, mooi, prachtig, en de trots (?) van hun ouders. De kinderen die nooit ergens iets voor hebben hoeven doen of laten. Wordt die groep ooit nog wijzer? Kunnen ze nog leren dat het echte leven anders in elkaar steekt dan zij in hun (gebrek aan) opvoeding (niet) hebben geleerd?

Wat dit alles betreft denk ik dat de huidige crisis een zegen is. Het ging allemaal veel te lang, veel te gemakkelijk. Toch vrees ik dat de ouders nog liever zelf op een houtje bijten dan dat zij hun kinderen in gewone, merkloze kleding laten lopen.

   Beat diabetes   Diabetes diet