De basisschool doorliep ik moeiteloos. Hij bestond uit 7 klassen, twee onderbouw waar je op je zesde in sub A kwam, en daarna 5 bovenbouw klassen van standaard 1 tot en met 5. Op de middelbare school ging het dan verder met standaard 6. Er werd verwacht dat je je best deed, er heerste een prestatie cultuur. Ik hoefde niet zo erg mijn best te doen, het ging vanzelf. Mijn cijfers waren bovengemiddeld. Ik was 13 toen ik voortijdig, in september, van school ging, in de standaard 5. Het schooljaar liep conform een kalenderjaar. Ik moest van school, want mijn ouders remigreerden naar Nederland.
In Nederland, in het meest ongezellige stukje van de wereld, Delfzijl, werd ik op de Mulo gezet. HBS was een betere keuze geweest, maar aangezien ik nooit eerder Nederlandse taal, geschiedenis en aardrijkskunde had gehad leek het mijn ouders beter niet te hoog in te stappen. Hadden ze dat toch maar wel gedaan, want ik bleef evengoed het eerste jaar zitten en voelde me op die school niet gelukkig. Het was een star en schools systeem toentertijd en enige eigen inbreng en creativiteit werden niet alleen niet gestimuleerd maar ongewenst geacht. Er waren dertien lesvakken en die had je gedurende de vier jaar. Op een bepaald moment kon je kiezen tussen A en B en met of zonder wiskunde geloof ik. Maar het maakte nauwelijks uit. Je leerde van veel vakken maar een beetje. Het was bij veel vakken de bedoeling dat je alles uit je hoofd leerde. Of je het dan ook begreep en of je inzicht kreeg in het geheel was niet van belang, zo heb ik het althans ervaren.
De lerarengroep op die school bestond uit hoofdzakelijk mannen en waren of rond de dertig, veertig of stokoud en seniel en bijna met pensioen. Er was er een bij, die Frans en geschiedenis gaf, maar vooral voor de klas zittend de krant las. De Telegraaf. Tussendoor liep hij langs de meisjes om in hun bloesjes te kijken. Dat was meneer M. Wij noemden de leraren niet bij de voornaam. Van M. moesten we Franse woordjes leren, uit ons hoofd. En tijdens de schriftelijke overhoring kon je je woordenboekje op je schoot leggen en zo overschrijven. Achter zijn krant zag hij dat toch niet. Dat durfde ik niet, maar gespiekt heb ik ongetwijfeld, want Frans was bepaald niet mijn sterkste vak. Uiteindelijk stond ik een 4, maar tot mijn eigen verbazing maar nog veel meer van M., haalde ik op het eindexamen een 6.
Omdat ik in Zuid Afrika al vanaf klas 1 Engels leerde en het in mijn omgeving ook veel hoorde liep ik vele klassen voor op de klas waar voor het eerst Engels werd gegeven. Desondanks moest ik toch aan de lessen deelnemen. Natuurlijk verveelde ik me er te pletter. Die tijd had mooi besteed kunnen worden aan bijles in mijn zwakke vakken. Maar aan die creativiteit ontbrak het. Dat was jammer, want als dat wel gebeurd was had ik niet hoeven blijven zitten in de eerste.
Het zittenblijven was een kleine ramp voor me. Niet alleen omdat ik net een klein beetje begon te wennen, en nu weer aan een nieuwe klas moest wennen, maar vooral omdat ik me diep schaamde. Mijn toch al wankele zelfvertrouwen had een diepe deuk gekregen. Lichtpuntje was dat mijn beste vriendin ook bleef zitten. En dat ik de tweede eerste eindigde met veel negens.
Het lerarengroepje op die bewuste school was een aanfluiting. Zoals ik al vermeldde, een aantal leraren liep tegen het pensioen aan, aan hun gedrag en uiterlijk echter zou men afleiden dat ze op sterven na dood waren. M. was aan de drank en nam zijn werk niet serieus. B., leraar wiskunde zat steeds met de meisjes voorin de klas te flirten en nam zijn werk ook niet serieus. B. die enige tijd les gaf in geschiedenis en aardrijkskunde, maar ook in muziek, was knettergek. Hij zette graag de minder leerlingen te kakken voor de klas. Verder mochten ze achterin plaatsnemen. Vragen stellen werd niet gewaardeerd, je stelde altijd een hele stomme vraag. Hij zat veel met een stel jongens voorin de klas te smoezen, later bleek hij homo (wat dat was daar hadden wij toen nog geen idee van). Ons eindexamenuitje, een weekje naar Ameland, verziekte hij compleet. Het was de tijd dat je je beklag nog niet deed. Wel schreef ik er een stukje over in de schoolkrant, zonder man en paard te benoemen. P, leraar economie en handelsrekenen en stokoud, kon geen orde houden. Hij werd al zenuwachtig als we wat luider praatten. Ik herinner me diverse keren door hem op de gang te zijn gezet, wat ik had uitgespookt weet ik niet (waarschijnlijk was ik brutaal, wat je toen, bij dit soort fossielen erg snel was). Hij zette me dan klem tegen de muur en ging op buikafstand tegenover me staan. Wat had ik daar een hekel aan! Ik kon die man wel wegslaan! De leraar Engels werd ook hysterisch van me. Ook daar stond ik veel op de gang. Dat ik me rot verveelde kwam niet in hem op. Meneer de Boer gaf Duits, wat ik een rotvak vond, en was een top leraar. Hij was tevens het hoofd van de school. Hij was al ouder, correct, beschaafd, had humor en kon goed les geven. We hadden groot respect voor hem.
Al met al zat ik dus vijf hele jaren op die ellendige school. Ik had er zoooooo genoeg van. Ik had het gevoel dat het leven zich buiten mijn gezichtsveld voltrok. Dat ik volwassen werd en niets van de wereld leerde kennen. Gebeurde er iets in de wereld waar de kranten vol van stonden en thuis over werd gesproken, op school ging men gewoon door met de lessen. Toen, in aug. 1968 de Russen Tsjechoslowakije binnenvielen en een eind maakten aan de Praagse lente hadden wij de dag erna geschiedenis. Er werd over de actualiteit niet gerept. Ook op ons verzoek niet. Inspringen op wat er gebeurde en gebruik maken van de interesse die daardoor ontstond bij ons leerlingen, gebeurde niet. Een gemiste kans, vond ik toen en nu.
Het eindexamen kwam en alle vakken deden we op één dag, misschien twee dagen. Mondeling en schriftelijk. Aan het eind van de dag kreeg ik te horen dat ik geslaagd was. Ik kan me niet herinneren dat de wereld ooit mooier, zonniger, lichter was dan die dag. Immense opluchting. Er was een eind gekomen aan vijf zwarte jaren. Ik besloot verder te gaan met de HAVO, die toen net bestond. Het regime was daar lichter, leerde je niet dan moest je het zelf maar weten. Spijbelen deed je op eigen risico. Het was een goede school en een verademing na de Mulo, maar ik had er genoeg van. Ik spijbelde en leerde niet. Nog voor het eind van het schooljaar was ik de wijde wereld ingetrokken.